Blog 115 jaar #42: De bekendste ‘Snor’ van Excelsior

9 mei 2018

Voetbalsnorren uit de jaren tachtig. Voetbalromantici zijn er dol op. Retromerk Copa bracht zelfs al eens een t-shirt uit met de mooiste exemplaren erop. De bekendste ‘Snor’ uit de Excelsiorhistorie is zonder twijfel die van Frans Struis.

In menig interview kwam zijn snor ter sprake. Zoals in Voetbal International: ‘Nou ja, m’n vrouw vindt dat ding nu eenmaal leuk en waarom zou je niet een beetje mogen opvallen. Er is toch al zo weinig kleur meer in de voetballerij.’

Goud is de anekdote die hij in datzelfde interview vertelde over een ontmoeting in Spanje met Cambuur-speler Abe van den Ban, die ook een flink exemplaar op zijn bovenlip had: ‘We hebben die snorren ‘ns opgemeten, maar ik bleek toch de grootste te hebben.’

,,Ik werd destijds door mijn teamgenoten niet voor niets ‘de snor’ genoemd’’, vertelt Frans Struis. ,,Dat vond ik niet vervelend. Ik heb die snor overigens nog steeds. Hier in Dordrecht word ik er nog wel eens op aangesproken. Hetzelfde gebeurt als ik naar het voetballen ga kijken. Leuk toch?’’

De geboren Rotterdammer mag dan vooral bekend zijn van zijn snor, maar met name als voetballer heeft hij indruk gemaakt op de supporters van Excelsior. Tussen 1975 en 1984 zette hij vanaf het middenveld de lijnen uit. Hij beschikte over een fabelachtig traptechniek, de passes die hij verstuurde kwamen meestal op maat aan.

Struis speelde in de jeugd voor Feyenoord en verhuisde daarna naar DFC. Na zeven seizoenen werd hij plotseling verkocht aan Excelsior. Het was 1975, het seizoen waarin Thijs Libregts en Bob Janse samen de leiding hadden. In de jaren erna was Libregts alleen verantwoordelijk. ,,Tactisch was hij heel goed en ik kon goed met hem opschieten’’, aldus Struis.

,,Ik ben op het middenveld steeds meer een spelbepalende speler geworden. Iemand die de lijnen uitzette. Ik had een goede trap, dus dat was op die positie wel een pluspunt. Bij DFC was ik al een bepalende speler, maar bij Excelsior ben ik alleen maar beter geworden.’’ Het beste seizoen had hij in 1976-1977, maar uitgerekend aan het eind van dat jaar sloeg het noodlot toe: ,,Ik was heel goed bezig en toen kwam die beenbreuk…’’

,,In de thuiswedstrijd tegen Heracles brak ik mijn been. Ik stond op één been en mijn tegenstander schopte mij van achteren. Ze hoorden het op de tribune breken. Daar heb ik vervolgens driekwart jaar mee gelopen.’’ Daardoor speelde hij het jaar erna maar één duel, maar het erop volgende seizoen keerde Struis terug en groeide hij uit tot een belangrijke pion in het team dat in 1979 kampioen werd en promoveerde naar de eredivisie.

,,Er waren in die tijd altijd geldproblemen bij Excelsior, maar binnen de selectie werd daar zover ik me herinner niet veel over gesproken. Fullprofs hadden we niet bij Excelsior, iedereen werkte naast het voetballen. Ikzelf was controleur in de haven, maar als ik weg moest om te gaan trainen, dan was dat nooit een probleem. Volgens mij trainden we rond een uur of vijf, zes ‘s avonds, maar ik kon dat prima combineren.

Na Thijs Libregts en Hans Dorjee kreeg Frans Struis vanaf 1982 zijn derde trainer bij Excelsior: Rob Jacobs. ,,Hij was wel te vergelijken met Libregts. Thijs was wel wat strenger en Jacobs hield van een geintje. Van poeha hield hij niet. Doen wat je moet doen, dat was zijn motto. Van een groep spelers een team maken, dat konden Jacobs en Libregts allebei heel goed. Dat sterke collectief dat zie je nu nog bij Excelsior. Hard werken en lekker voetballen, daar waren wij succesvol mee en dat geldt ook voor het Excelsior van nu.’’

,,Niet dat het team alleen bestond uit harde werkers, want we hadden ook een aantal hele goede voetballers. Ton Pattinama, Rini Plasmans, Carlo van Tour, Henk van Goozen.’’ Ook Struis hoort in dit rijtje thuis, maar voor hem kwam in het seizoen 1983-1984 een einde aan zijn voetbalcarrière. In november 1982 leidde een botsing met Roelof-Jan Tiktak van AZ een lange revalidatie in.

‘Het zit niet snor met de knie van Frans Struis’ kopte Het Vrije Volk nog olijk, maar anderhalf jaar later moest de 34-jarige routinier van Excelsior tot zijn spijt bekennen dat zijn voetbalcarrière erop zat. In totaal speelde hij 234 wedstrijden voor de Kralingse club.

,,Ik was nooit geblesseerd, maar heb in mijn carrière bij Excelsior wel twee keer een zware blessure opgelopen. De eerste keer dus mijn been en de tweede keer die knieblessure. Ik heb nog wel gepoogd om terug te komen. Er ging een schroef in mijn linkerknie en ik ben weer gaan trainen. Het ging echter weer mis. Ik zakte door mijn knie en de dokter vertelde me dat het echt niet meer ging.’’

,,Ik heb nog een afscheidswedstrijd gekregen, omdat ik toch Mister Excelsior werd genoemd. Dat vond ik wel mooi.’’ Vedettes als Willem van Hanegem, Wim Jansen en Rinus Israel speelden op 11 september 1985 mee in het duel van Excelsior tegen een prominententeam. Er waren 1500 toeschouwers en de opbrengst ging naar de jeugdafdeling. Struis werd na 36 minuten symbolisch door scheidsrechter Cees Bakker met een rode kaart naar huis gestuurd.

,,Wanneer je de beperkte middelen in aanmerking neemt, is Excelsior ook een topclub’’, zei hij die dag in Het Vrije Volk. ,,Ik heb alles mogen meemaken. Van degradatie tot kampioenschap. De grootste kwaliteit van Excelsior is de collectiviteit. Er werd wel ‘ns gevloekt, maar je wist wat je aan elkaar had.’’

Terug naar blog 115 jaar