Blog 115 jaar #44: De Ooievaar van Excelsior

23 mei 2018

Voordat ik voor het jubileumboek ‘Excelsior 100 jaar’ op bezoek ging bij Heimen Lagerwaard las ik enkele oude interviews met hem. In een artikel werd beschreven hoe hij keurig op tijd voor het raam van zijn woning stond uit te kijken naar de verslaggever van dienst. Hetzelfde tafereel deed zich voor toen ik bij hem het tuinpad opliep, waarna hij mij even later met een gulle glimlach op zijn gezicht de hand schudde en binnenliet.

Tijdens het interview hadden we het uiteraard over die ene interland die Lagerwaard speelde op 27 september 1953 tegen Noorwegen. Niet eens een hele wedstrijd, want pas twintig minuten voor tijd kwam hij in het veld voor de ‘geblesseerde’ Frans Tebak. Het stond op dat moment al 3-0 voor Noorwegen en alle doelpunten waren voorbereid door Rube Strandbakke, de directe tegenstander van Tebak.

Voor Lagerwaard viel er weinig eer meer te balen. Drie minuten na zijn entree werd het ook nog 4-0 voor de Noren. ,,Toch ben ik trots op die wedstrijd’’, zei hij vol overtuiging. ,,Ik ben de enige van Kralingseveer die het Nederlands Elftal heeft gehaald. Ik ga nog steeds elk jaar naar de reünie van oud internationals. Hartstikke gezellig om al die mannen van vroeger terug te zien.’’

Op vijftienjarige leeftijd was hij al eerste elftalspeler van CKC. Een bestuurslid van die vereniging voorspelde hem een grote toekomst en hij bleek gelijk te krijgen. Toen hij negentien was, vertrok Lagerwaard naar Excelsior. Los van die ene interland die achter zijn naam staat, speelde hij tussen 1950 en 1963 258 wedstrijden voor het eerste elftal van de Kralingers. Zijn debuut was op 24 september 1950 in de uitwedstrijd tegen HOV (0-4).

Hij begon als linksachter, maar werd uiteindelijk stopperspil. Dick van den Polder stond naast hem. Hij werd het rechterbeen van Lagerwaard genoemd en andersom Lagerwaard het linkerbeen van zijn collega achterin. ‘Ik ben er gekomen door keihard te werken’, vertelde hij in 1973 tegen Het Vrije Volk over zijn voetbalcarrière. ‘Voetbal was voor mij alles. Ik leefde altijd de hele week naar die tweemaal drie kwartier toe. Er was voor mij niks mooiers.’

,,Ik was zo fanatiek met voetballen, dat ging bij mij voor alles’’, vertelde hij ook tegen mij. ,,Ik was zelfs een keer bijna mijn baan kwijt bij Piet Smit omdat ik was geselecteerd voor het Nederlands B-elftal. Ik werd op het laatste moment opgeroepen, maar mocht niet weg van mijn baas. Nou, om twaalf uur liep ik gewoon de poort uit en ging naar Utrecht. Ik heb daar gevoetbald en na de wedstrijd zei ik tegen Henk Zon, die daar ook was: ‘Ik hoef morgen niet meer terug te komen bij Piet Smit’. Even later kwam hij naar me toe, bleek hij mijn baas te hebben gebeld. ‘Ga morgen maar gewoon weer naar je werk, het is alweer in orde’.’’

Wie foto’s van de voetballer Heimen Lagerwaard ziet, begrijpt de bijnamen die hij in zijn Excelsiortijd kreeg: ‘Ooievaar van Excelsior’ en ‘De man met de uitschuifbare benen’. De lange Lagerwaard zag er misschien slungelig uit, hij had wel degelijk kwaliteiten die van hem een heel belangrijke speler maakten. ‘Hij oogde niet, zoals dat heet’, zei Dick van den Polder ooit in Het Vrije Volk. ‘Maar Heimen had wel degelijk kwaliteiten. Het meest kenmerkende was zijn traptechniek. Of het nu een pass over twintig of vijftig meter was hij kon een medespeler haarzuiver bereiken.’

Volgens hetzelfde artikel beschikte Lagerwaard over een formidabel spelinzicht, maar kon hij slecht tegen zijn verlies. Hij sarde graag tegenstanders en kon vrij hard zijn. Toch, vertelde hij trots, was hij in veertien en een half jaar Excelsior nooit door de scheidsrechter van het veld gestuurd. Die ene keer dat dit wel gebeurde, was overigens door zijn eigen aanvoerder Lo Dörr. Het was 1957 en bij een 2-0 achterstand tegen Juliana schoot een gefrustreerde Lagerwaard de bal opzettelijk en hard in het publiek, waarna Dörr hem naar de kleedkamer verwees.

Befaamd was hij ook vanwege zijn bijgeloof. In het eerder aangehaalde paginagrote interview in Het Vrije Volk kwam het verhaal ter sprake over een oude sweater die hij altijd onder zijn shirt droeg. Of het nu bloedheet of ijskoud was, die sweater moest aan. Op een dag had zijn vrouw het versleten ding in de vuilnisbak gegooid. Dick van den Polder: ‘Heimen haalde ’m weer tevoorschijn. Hij heeft geloof ik de vuilnisbak ervoor binnenste buiten gekeerd. Met gaten en al deed-ie hem weer aan.’

Over zijn vaste rituelen op speeldagen vertelde hij zelf: ‘Ik deed elke zondag hetzelfde. Ik stond ’s morgens om vier, vijf uur op, ik liep daarna wat over de dijk, ging fietsen of naar fietsen kijken en ging vroeg naar Woudestein om anderen bezig te zien. Vaak speelde ik een partijtje biljart (.) en om elf uur nam ik steevast twee citroentjes. Ik was geen grote drinker hoor. Ik kon alles laten, behalve roken.’

Na zijn enige interland speelde Lagerwaard op 6 oktober 1953 met het voorlopig Nederlands Elftal tegen de Franse profclub Stade Francais. Het voorlopige Oranje, met ook Henk Schouten van Excelsior in de basis, won met 6-2. Desondanks zou de verdediger nooit meer een uitnodiging uit Zeist ontvangen. Zelfs op het befaamde ‘haasje’ – dat elke debuterende international krijgt – moest Lagerwaard lang wachten. Door bemiddeling van voorzitter Henk Zon kreeg hij dit vijf jaar na zijn enige interland alsnog. Lagerwaard overleed eind december 2006 op 77-jarige leeftijd.

Op de foto staat Heimen Lagerwaard tussen Dick van den Polder en doelman Arie den Hertog.

Terug naar blog 115 jaar