Blog 115 jaar #45: Henk ‘De Braziliaan’ van Goozen

30 mei 2018

,,Ja, ik kon wat met een bal’’, zegt Henk van Goozen nuchter als ik hem vertel dat veel mensen hem een van de beste voetballers noemen die Excelsior in de jaren tachtig had rondlopen. ,,Ik stond daar zelf niet zo bij stil, maar natuurlijk is dat leuk om te horen. De cijfers zeggen natuurlijk ook wel iets’’, voegt hij daaraan toe.

Daar heeft hij een punt. Tussen 1981 en 1989 speelde hij volgens de kaartenbak van Henk Zon – na zijn dood voortgezet door Nol Braams – 260 wedstrijden voor het eerste elftal van Excelsior, waarvan 136 in de Eredivisie. Hij was erbij in de vijf seizoenen die Excelsior tussen 1982 en 1987 achtereen in de Eredivisie speelde. Hij maakte in die seizoenen 35 doelpunten en is daarmee nog altijd recordhouder namens Excelsior in de Eredivisie, op de voet gevolgd door Michel Beukers (33) en op gepaste afstand door Tom van Weert (24).

,,Ik was eigenlijk middenvelder, maar omdat we op een bepaald moment geen spits in de selectie hadden, werd ik daar neergezet door Rob Jacobs. Dat was best een succes, gezien de cijfers. Het beviel mij wel en Jacobs ook. Tot Michel Beukers als spits werd gehaald en ik weer terugging naar het middenveld.’’

Van Goozen maakte zijn debuut voor Excelsior op 19 augustus 1981 thuis tegen FC Amsterdam (1-0). Hij kwam van Feyenoord, waar ze hem net niet goed genoeg vonden voor het eerst elftal. ,,Alleen trainer Ab Fafié van Feyenoord 2 zag het wel in mij zitten, maar ik ging dus naar Excelsior. Een jaar later werd Fafié trouwens hoofdtrainer van Feyenoord. Zal je altijd zien… Maar ik heb een mooie tijd gehad bij Excelsior hoor.’’

In zijn eerste seizoen promoveerde Excelsior via de nacompetitie naar de Eredivisie. ,,De beslissende wedstrijd was tegen Telstar’’, herinnert hij zich. ,,We zaten tijdens die nacompetitie echt in een flow. Ik weet nog dat we met 4-0 van SC Heerenveen wonnen en de dag erna gingen uitlopen. Onder leiding van assistent Joop van Daele tien kilometer hardlopen in het Kralingse Bos. Daar werd ook echt een wedstrijd van gemaakt. Een paar dagen later speelden we vervolgens weer.’’

Na de promotie vertrok Hans Dorjee, hij werd opgevolgd door Rob Jacobs. Het zou een legendarische periode worden, waarin Excelsior vijf seizoenen achtereen op het hoogste niveau speelde. ,,Toen waren we ons er niet van bewust hoe bijzonder dat was’’, zegt Van Goozen. ,,Nu is men heel erg bezig met het verbeteren van dat record en van mij mag dat hoor. Ik vind het fijn dat het zo goed gaat met Excelsior.’’

,,Ik heb heel goede herinneringen aan Rob Jacobs. Hij was een fantastische trainer voor de groep. Hij kon de boel zo goed motiveren. Als wij bijvoorbeeld tegen Feyenoord speelden, wist hij ons zo op te peppen dat we het gevoel hadden dat wij de grote jongens waren. ‘Wat willen ze dan?’, dat gevoel. Zo gingen wij dan het veld in. Dat ging vaak goed, maar het gebeurde ook wel eens dat we geen knikker raakten. Meestal voelden we ons echter onverslaanbaar. Dat kreeg Jacobs voor elkaar.’’

Het was echter ook de tijd waarin Excelsior moeizame financiële tijden beleefde. ,,Veel spelers vertrokken om naar andere clubs te gaan. Dan stonden we na de zomer met acht, negen spelers op de training en dacht je: ‘Wat moet het dit seizoen worden?’ Op het laatste moment kwamen er toch nog spelers bij. Daar wachtten ze ook op. Afvallers bij andere clubs. En meestal kwamen er ook één of twee jongens van Feyenoord. Als je trouwens de namen terugziet uit die tijd, daar zaten goede spelers bij hoor.’’

,,Op één of twee jongens na waren we allemaal semiprof. We hadden gewoon een baan ernaast. Dat moest ook wel, want financieel stelde het voetballen weinig voor. We kregen onder meer premie als we punten pakten, 50 of 100 gulden. Als we een goede maand hadden, kon je een aardige bonus verwachten. Die kwam penningmeester Mart Borneman dan op de eerste dinsdag van de maand brengen. Deelde hij aan alle spelers envelopjes uit met het geld erin.’’

,,Toen ik bij Excelsior speelde, werkte ik in de haven bij het bedrijf van de schoonvader van Nico Jalink. Dit leverde nooit problemen op met trainingen of wedstrijden, want de meeste werkgevers vonden het wel leuk als voetballers bij hen werkten. Ook de club zat heel anders in elkaar. Mensen op kantoor had Excelsior niet. In de avonduren zat alleen Borneman er op kantoor. Verder niemand.’’

Van Goozen herinnert zich zijn periode bij Excelsior vooral als een mooie tijd. Zijn spel leverde hem destijds de bijnaam ‘De Braziliaan’ op. ,,Volgens mij heeft Dick van den Polder dat bedacht. Dat was na een wedstrijd waarin bij mij werkelijk alles lukte en hij mij de dag erna zo noemde in de krant. Natuurlijk klopten er in die jaren wel eens andere clubs aan, maar ik bleef bij Excelsior. Ik had het naar mijn zin, had mijn baan daar en bovendien net een huis gekocht.’’

Na de degradatie in 1987 ging het echter bergafwaarts met Excelsior en in 1989 kon Van Goozen een lokroep van Heracles niet weerstaan. ,,Ton Pattinama speelde daar destijds ook en die heeft erop aangedrongen dat ze mij zouden halen. Excelsior kreeg volgens mij 180.000 gulden voor mij. Ik ging naar Almelo en tekende daar een contract inclusief een baan ernaast, want ook daar was ik geen fullprof.’’ Hij woont nog steeds in Almelo, omdat ‘het leven hier goed is’.

Aan het eind van het gesprek checken we nog even de anekdote die regelmatig opduikt dat zijn vrouw destijds de shirts van Excelsior van lange naar korte mouwen vermaakte. ,,Haha dat klopt inderdaad’’, zegt Van Goozen. ,,We moesten spelen en het was heel erg warm weer. We hadden een spelersraad en vroegen om shirts met korte mouwen. Daar was alleen geen geld voor. Toen zei mijn vrouw tegen Simon Kelder: ‘Geef mij die shirts maar mee, dan maak ik er korte mouwen van’. En dat heeft ze toen gedaan.’’

Terug naar blog 115 jaar