Blog 115 Jaar #51: Excelsior zonder Sjakie?

11 juli 2018

Sjaak Roggeveen is een van de oud spelers van Excelsior die vrijwel elke thuiswedstrijd aanwezig zijn. Samen met mannen als Thijs Libregts, Gerard Weber en Aad Leenheer zit hij trouw op de tribune als de rood-zwarten in actie komen. Zelf speelde hij tussen 1972 en 1979 227 wedstrijden voor de club.

Wie oude interviews met Sjaak Roggeveen terugzoekt, ziet daar regelmatig foto’s bij staan die zijn genomen in zijn winkel. Jarenlang runde hij in Rotterdam-Zuid, Spijkenisse en Hoogvliet een winkel voor huishoudelijke artikelen. Die winkel – ooit begonnen door zijn vader – was voor hem belangrijker dan zijn voetbalcarrière.

‘Ik heb mijn zaak altijd voor laten gaan’, zei hij eind jaren zeventig in een kranteninterview. Het voetballen was mooie reclame voor zijn winkel, want in vrijwel elk interview met Jacques Roggeveen – zijn voornaam werd in de voetbalwereld al snel geschreven als Sjaak – kwam zijn handel ter sprake, al dan niet met foto erbij. ‘Het geld dat ik met voetballen heb verdiend, heb ik in mijn zaak gestopt’, liet hij in een van die artikelen optekenen.

Ook ik schoof in 2000 in een ruimte achterin zijn winkel aan voor een vraaggesprek. Het EK Voetbal – EURO2000 – was neergestreken in Rotterdam en voor de krant maakte ik daarom een aantal artikelen met oud internationals uit de regio. Roggeveen kwam tot drie interlands onder bondscoach Georg Kessler, waarvan twee als invaller. Bij zijn debuut, op 16 april 1969, tegen Tsjecho Slowakije (2-0) maakte hij in de laatste tien minuten beide Nederlandse doelpunten.

Hij vertelde in 2000 dat er wellicht meer wedstrijden in het Oranjeshirt hadden ingezeten als hij niet bij Holland Sport, maar bij Feyenoord of PSV had gespeeld. Ooit had hij de mogelijkheid om bij deze clubs aan de slag te gaan, maar in beide gevallen besloot hij dat uiteindelijk toch niet te doen.

Geen Feyenoord, omdat hij wellicht in aanmerking zou komen voor het C-elftal. Dit team speelde op zaterdag, de belangrijkste dag voor zijn winkel. Hij ging daarom van CVV naar DHC. Later volgde Holland Sport. In die periode klopte PSV aan, maar verhuizen naar Eindhoven was geen optie voor hem, want… de winkel. ,,Spijt heb ik niet’’, verklaarde hij. ,,Ik heb altijd veel lol en plezier in het voetballen gehad.’’

In 1972 kwam Sjaak Roggeveen naar Excelsior. ,,Ik speelde bij Holland Sport, dat in 1971 fuseerde met ADO. Na een jaar ben ik naar Excelsior gegaan. Bij ADO gingen ze zeven keer trainen per week en dat kon ik niet combineren met mijn eigen zaak. Die winkel was belangrijk, want je kon destijds niet leven van het voetballen.’’

Excelsior speelde op dat moment in de Eredivisie, maar in zijn tweede jaar degradeerden de Rotterdammers. Met Roggeveen in de gelederen en Ben Peeters aan het roer werd Excelsior in 1974 kampioen van de Eerste Divisie. Na de degradatie in 1976 wisten de Rotterdammers dit kunststukje in 1979 te herhalen onder leiding van Thijs Libregts. De beslissing viel in de uitwedstrijd tegen Heracles. Het werd 1-3 en Roggeveen maakte twee doelpunten.

,,Een prachtig einde van mijn carrière’’, zei Roggeveen, die op de schouders ging van de meegereisde fans. ,,Wij hadden een team met oudere spelers en jongens uit eigen kweek. We werden Volendammertje genoemd, omdat we heen en weer gingen tussen Eredivisie en Eerste Divisie. De bestuurders deden alles om de boel draaiend te houden. Ik heb zelfs nog met Henk Zon oud papier ingezameld. We hadden plezier in het spel en waren succesvol.’’

Roggeveen was altijd spits geweest, een speler met een neus voor doelpunten. Toen Thijs Libregts – onder toeziend oog van Bob Janse – de leiding bij Excelsior overnam, begonnen bij Roggeveen de jaren te tellen. Het leven als aanvaller werd steeds lastiger, maar dat betekende bepaald niet het einde van zijn voetbalcarrière.

,,Ik kwam terug van een blessure en speelde met het tweede elftal, destijds getraind door Dick van den Polder. Hij zette me niet neer in de aanval, maar als verdediger. Ik werd laatste man, maar wel een die veelvuldig doorschoof naar het middenveld. Dat deed ik daarna in het eerste ook en bleef veel doelpunten maken. Ik speelde als een van de eerste als vrije man voor de verdediging. Ik had het spelletje ineens voor me en kwam veel meer aan de bal. In mijn eerste seizoen als laatste man was ik halverwege het jaar zelfs nog topscorer van Excelsior.’’

‘Ik heb elf jaar in de spits lopen bonken’, zei hij in 1979 in Voetbal International. ‘Op die plaats doe je wijsheid en ervaring op, dat is goed voor een ausputzer. En aan die elf jaar heb ik ook mijn drang om aan te vallen overgehouden.’ Zijn ontspannen gang vanuit de verdediging naar voren, die hij pleegde af te sluiten met een doelpunt, leverde hem volgens een krantenartikel de bijnaam ‘Stoffel’ op.

Na het kampioenschap in 1979 was het klaar. Sjaak Roggeveen zette een punt achter zijn carrière. Hij was echter zo vergroeid met Excelsior, dat hij de club nooit heeft losgelaten. Hij was bestuurslid en scout, en voetbalde nog jaren met het beroemde veteranenteam. ,,Dat alles uit liefde voor de club en die liefde is nog steeds aanwezig’’, zei hij recent in het Excelsior Business Magazine.

Bij zijn afscheid sprak hij woorden van gelijke strekking: ‘Door de jaren heen ben ik gewoon met die club vergroeid geraakt. Voor Tineke, m’n vrouw en voor mij is een zondag op Woudestein nog steeds een dagje uit. Bovendien: je wordt er ook als mens gewaardeerd en dat is in de voetballerij ook wel eens anders.’ Toch was het volgens hem tijd om te stoppen: ‘Ze moeten je niet opa gaan noemen.’

In zijn winkel was hij jaren na de punt achter zijn voetbalcarrière nog steeds te vinden. De laatste winkel in Hoogvliet sloot in 2006 de deuren, maar bij Excelsior komt Roggeveen nog steeds elke thuiswedstrijd kijken. Bij Het Vrije Volk moesten ze er destijds ook niet aan denken dat de club zonder hem verder zou moeten: ‘Excelsior zonder Sjakie, dat moet zoiets zijn als patat zonder met’.

Terug naar blog 115 jaar