Blog: Oer vrijwilliger Jaap van Drunen

11 augustus 2019

Op 10 augustus 2019 werd officieel afscheid genomen van Jaap van Drunen. Hij was als vrijwilliger jarenlang actief voor de club en van grote waarde. In dit niet eerder gepubliceerde blog vertelt hij over zijn geschiedenis bij de club en zijn werkzaamheden.

Henk Zon is – gezien over de gehele 115-jarige geschiedenis van de club – zonder twijfel Mister Excelsior. ‘De heer Zon’, zegt Jaap van Drunen respectvol als we door de hal van Stadion Woudestein lopen en de in 1994 overleden Zon op een foto ontdekken.

Ook bij andere foto’s staat Jaap stil om herinneringen op te halen. ,,Mijn geheugen is niet zo goed meer’’, zegt hij als ik hem vraag wie de keeper op een foto van een wedstrijd uit 1952 is. Hij komt er even niet op, maar wandelt niet veel later het kantoor binnen. ,,Jaap van der Torre. Volgens mij was dat de keeper op die foto. Kun je dat ergens nakijken?’’

Jaap zegt meerdere keren per dag dat hij te oud wordt. Dat zijn geheugen hem in de steek laat en dat het lichamelijk niet meer gaat. Niet lang daarna zie je hem over het parkeerterrein rennen, op naar een klusje of de papiercontainer, waar hij volgens goed rood-zwart gebruik trouw oud papier inzamelt.

,,Ik was vier toen ik door mijn vader werd meegenomen naar Excelsior. Mijn hele familie ging naar Excelsior, dus het was logisch dat ik meeging. Wij woonden in de Lambertusstraat in Kralingen. Ik ging als kind regelmatig mee, ook met onze toenmalige buurman Piet Wijling. Hij woonde een paar huizen verderop en was de terreinman van Excelsior. Ik ging hem altijd helpen met allerlei klusjes.’’

Jaap kreeg tijdens het kijken naar een wedstrijd ooit een bal op zijn neus, maar herinnert zich van dat voorval vooral dat hij na afloop een koetjesreep kreeg van een van de spelers van het eerste elftal.

Excelsior speelde destijds nog aan het Toepad, waar later de marinierskazerne verrees. Pas in 1952 werd hij zelf lid van Excelsior. ,,Hier sta ik’’, wees hij mij ooit op de cover van het boek ‘Excelsior 100 jaar’. Verdomd. Tussen de toeschouwers op de foto stond Jaap, trots onder de – in zwartwit afgebeelde – roodzwarte Excelsiorvlag.

,,Ik was in die tijd vooral razend snel, ik kon ontzettend hard lopen.’’ Hoog heeft hij nooit gevoetbald. ,,Ik zat in het elfde of twaalfde en mocht af en toe meedoen met de veteranen, die toen volgens mij in het zesde speelden.’’

Vanwege zijn gezin was Jaap een paar jaar verdwenen, maar uiteindelijk keerde hij terug bij de club. Als klusjesman, al dekt die naam nog niet de helft van alles wat hij sindsdien voor de club heeft gedaan.

Als Jaap na gedane inspanning in het spelershome zit bij te komen, verzucht hij wel eens dat het eigenlijk niet meer gaat en dat het misschien tijd wordt om te stoppen. Een dag later meldt de oer vrijwilliger zich echter gewoon weer op Woudestein.

,,Ik speelde vroeger in een weekend meestal meerdere wedstrijden’’, vertelde hij ooit over zijn actieve voetbalcarrière. ,,Ik had mijn spullen altijd bij me en als ze bij een team een mannetje te kort kwamen, deed ik mee.’’

Wat dat betreft is er niets veranderd. Zijn tasje heeft hij nog altijd bij zich, al is dat nu een gereedschapskist. En als ze Jaap vragen, dan doet hij mee. Welke klus er ook ligt te wachten.

Terug naar blog 115 jaar