Marinus Dijkhuizen heeft nog steeds ambities, maar dan vooral met Excelsior

2 juni 2020

Marinus Dijkhuizen (48) keerde eind januari als hoofdtrainer terug bij Excelsior Rotterdam. Eerder promoveerde hij in 2014 met de Kralingers naar de Eredivisie. Voordat hij als hoofdtrainer aan de slag ging, was hij als speler al twee keer actief voor de club. Excelsior is dan ook belangrijk geweest voor zijn carrière als speler en trainer.

,,Ik kwam pas laat in het betaalde voetbal terecht; in 1994, ik was 22’’, kijkt Marinus Dijkhuizen terug op zijn eerste profcontract. ,,Ik voetbalde bij Excelsior Maassluis, had bedrijfskunde gestudeerd en was afgestudeerd. Ik had al eens met Sparta gesproken, samen met Edgar van der Roer met wie ik bij Maassluis speelde. Dat was voor het tweede elftal, maar dat zag ik niet zitten. Toen kwam Excelsior. Ik kon een klein contractje tekenen en dacht: ik ga het een jaartje proberen.’’

,,Bij ’s-Gravenzande scoorde ik daarvoor al veel. Vrienden werden weggehaald door ADO Den Haag of Feyenoord, maar bij mij hadden ze blijkbaar zoiets van: die kan niet normaal lopen, laten we die maar niet pakken… Bij Excelsior kreeg ik alsnog de kans. Ik ging er parttime bij werken en we trainden drie, vier keer per week ’s middags. Ik was met Alex van der Made van Capelle gehaald en Bram Marbus liep hier al. Ze wilden nog een spits halen, maar dat lukte niet en ik kreeg de kans.’’

,,Rob Baan was destijds hoofdtrainer, een toptrainer’’, stelt Dijkhuizen. ,,Hij kon je onwijs goed prikkelen. Ik weet nog dat ik het best zwaar had tijdens het eerste trainingskamp in Mierlo. ‘Was je maar amateurtje gebleven hè?’ lachte de trainer. Later ging ik op dinsdag en donderdag extra trainen met hem. Dat was volgens hem nodig wilde het iets met mij worden. Ik was niet veel gewend en die extra trainingen waren onwijs belangrijk voor mijn ontwikkeling.’’

Excelsior was destijds een goede mix tussen ervaren spelers en talentvolle jongens. Mannen als Mario Been, Ben Spork, Winand van Loon, Oni Louhenapessy, John Schuurhuizen, en jonge gasten als Silvio Mansveld, Bram Marbus en Dijkhuizen. ,,Voor de club was het een topjaar’’, herinnert hij zich. ,,We eindigden als derde en pakten een periodetitel na een gelijkspel tegen FC Emmen. Ook wonnen we twee keer van SC Cambuur. Dat is mij wel bijgebleven.’’

Het tweede seizoen verliep minder succesvol. Onder trainer Hans van der Pluijm eindigde Excelsior als zestiende en er kwam een samenwerking met Feyenoord. ,,Mij werd min of meer ontslag aangezegd, ze wilden alleen verder met jongens die de potentie hadden om Feyenoord 1 te halen. In de laatste weken scoorde ik een paar belangrijke doelpunten en kon ik alsnog blijven. SC Cambuur wilde mij echter overnemen en dat heb ik gedaan. Het was de tijd van het Bosman-arrest, waardoor je na je contract zonder vergoeding kon vertrekken.’’

Dijkhuizen voetbalde drie jaar met succes in Leeuwarden, vertrok vervolgens naar FC Utrecht dat hem later verhuurde aan het Schotse Dunfermline en FC Emmen. In 2002 tekende hij bij TOP Oss, waar hij drie seizoenen speelde. In 2005 hing Mark Wotte aan de lijn, die hij nog kende van FC Utrecht. Wotte was nu technisch directeur bij Feyenoord en zag de ervaren Dijkhuizen als ideale man naast de jonge talenten die Feyenoord in Kralingen stalde.

Excelsior had een nieuw stadion, had in 2002-2003 een jaar in de Eredivisie gespeeld en onder trainer Mario Been waren er ook nu ambities. ,,We hadden een goed team, een mix van ervaren jongens als Damien Hertog en René van Dieren, en talentvolle spelers, zoals Brett Holman, Civard Sprockel en Luigi Bruins. Graafie stond op doel. Mario als trainer was bijzonder, omdat we nog samen hadden gespeeld. Een topseizoen, want we werden kampioen. Officieus bij Telstar en de week erna thuis tegen VVV-Venlo werd het officieel. De enige keer dat ik echt kampioen ben geworden.’’

In de Eredivisie, met Ton Lokhoff als opvolger van de naar NEC Nijmegen vertrokken Been, werd Dijkhuizen pinchhitter. ,,Uiteindelijk ben ik halverwege vertrokken naar SC Cambuur. Of dat achteraf gezien slim was, weet ik niet. Ik had een aflopend contract en kon in Leeuwarden voor anderhalf jaar tekenen. Bovendien wilde ik spelen. Het was echt fanatisme van mijn kant, terwijl ik bij Cambuur niet meer zo veel heb gespeeld. De afscheidswedstrijd daar was het echter al waard. Daaraan heb ik een ontzettend goed gevoel overgehouden.’’

Met zijn jongere broer ging hij nog een jaartje voetballen bij ’s-Gravenzande. Daarnaast zette hij zijn eerste stappen op het trainersvlak als analist voor Excelsior. Een jaar later werd hij trainer van VV Montfoort en kreeg hij een bijzondere rol in Kralingen. ,,Alex Pastoor werd hoofdtrainer en hij vroeg of ik analyses wilde blijven maken. Dat wilde ik, maar ik wilde meer leren. Ik werd een soort stagiair, was altijd welkom op het veld en kon met hem sparren; het vak leren. Met Alex Abresch begon ik met video-analyse. Sportief was het een succes, want met Montfoort promoveerde ik twee keer en met Excelsior promoveerden we via de play-offs en bleven we het jaar erna in de Eredivisie.’’

Na een tussenjaar was hij in 2012-2013 in het kader van zijn trainersopleiding opnieuw stagiair bij Excelsior, nu onder Leon Vlemmings. ,,Een slecht seizoen voor Excelsior, maar voor mij heel interessant. We deden alles digitaal en daar heb ik een heleboel van geleerd.’’ Toen Vlemmings vertrok was Dijkhuizen in de race om hem op te volgen, maar de keuze viel op assistent Jon Dahl Tomasson. ,,Op zich logisch op dat moment. Toen Tomasson in december echter vertrok naar Roda JC zei mijn broer: ‘Nou ben jij aan de beurt’. Diezelfde dag belde Ferry.’’

De kans om hoofdtrainer te worden in het betaalde voetbal greep hij met beide handen aan. ,,Ik ben op 2 januari 2014 begonnen. Heel bijzonder en relatief makkelijk instappen. De ploeg stond, de hiërarchie in de groep was duidelijk, evenals de speelwijze. We stonden zevende, maar Rick Kruijs – die mijn assistent bij De Meern was – zei meteen dat er volgens hem meer in zat. Wat er vervolgens gebeurde, overkwam mij allemaal een beetje. Ik was super ambitieus en gretig, had gelijk een klik met de groep en het klopte.’’

,,We gingen winnen, winnen en winnen. Toen we naar de play-offs gingen, was ik er zwaar van overtuigd dat we die ook zouden winnen. Ik had Ferry en Wouter gezegd dat ze rekening moesten houden met promotie.’’ Dat de finaleronde werd gespeeld tegen RKC Waalwijk was extra bijzonder: ,,Ik had daar het half jaar daarvoor één dag in de week als spitsentrainer gewerkt. Mijn beste vriend Roy Hendriks was daar bovendien assistent. Ik kende dat team dus heel goed. Thuis wonnen we met 2-0 en ook uit stonden we snel met 0-2 voor. Rond de rust was het even paniekerig, maar wij promoveerden naar de Eredivisie.’’

Het leek alsof het allemaal vanzelf ging. Als amateurtrainer had hij veel succes gehad en ook met Excelsior was alles positief. In zijn tweede jaar handhaafde Excelsior zich, de beslissing viel in de uitwedstrijd tegen FC Utrecht. Bovendien haalden ze de halve finale van de KNVB Beker. Daarin was FC Groningen helaas te sterk, maar voor Dijkhuizen kon het niet op. Zeker niet toen hij ineens de unieke kans kreeg om hoofdtrainer te worden van Brentford FC in de Engelse Premiership.

,,Ik dacht niet dat ik het zou worden, maar wilde de ervaring van de procedure meenemen. Dat heb ik ook gezegd tegen Ferry en Wouter, maar na het tweede gesprek zei mijn zaakwaarnemer dat ik er serieus rekening mee moest houden dat ik het zou worden. Ook dit overkwam me gewoon. Zo’n kans, die kon ik niet laten lopen. Achteraf was het natuurlijk te vroeg, maar op dat moment was het niet eens een keuze.’’

In Londen moest hij een enorme staf aansturen en had hij een selectie die, ten opzichte van het seizoen ervoor, was verzwakt. Na zeven wedstrijden hadden we vijf, zes punten en dan ben je daar aan de beurt. Terwijl ik na een heel zorgvuldig proces was gekozen, moest ik nu vertrekken. Zuur, maar het was een avontuur om mee te maken.’’ Het bleek het begin van een dip in zijn trainerscarrière. Ook NAC Breda en SC Cambuur moest hij daarna vroegtijdig verlaten. ,,Na Cambuur was ik er aardig klaar mee’’, kijkt hij terug. ,,Ook het thuisfront was even toe aan rust.’’

Na twee maanden ging hij echter alweer aan de slag als assistent van Jean-Paul de Jong bij FC Utrecht. ,,Dat was fantastisch voor mij. Op een geweldig niveau kon ik in de luwte aan de slag.’’ Daarna werkte hij in de Domstad met Dick Advocaat en John van den Brom. ,,Ik heb daar veel geleerd, ook omdat wij als assistenten de ruimte kregen om dingen te doen.’’ Toen zijn functie begin dit seizoen anders werd ingevuld, begon het toch te kriebelen. Na het telefoontje van Excelsior in januari van dit jaar hoefde hij dan ook niet lang na te denken.

,,Ik wilde liever het nieuwe seizoen instappen, maar het ging ineens heel snel. Vanaf de eerste dag heb ik het naar mijn zin. Ik ben hier met alle liefde binnengehaald en was er klaar voor. Ik had voor mezelf trainingen voorbereid en kon dus zo beginnen. Natuurlijk merk ik dat ik meer ervaren ben. Zes jaar geleden wilde ik alles in de hand houden. Nu ken ik ook de andere kant, weet ik hoe belangrijk het is voor assistenten dat ze meer mogen doen dan pionnen neerzetten.’’ De groep vindt hij heel leuk om mee te werken: ,,Maar dat betekent niet dat we zo maar gaan promoveren. Ik loop tegen dingen aan, waar de vorige trainer ook tegenaan liep.’’

Hij wist het al, maar nu zeker: Excelsior past bij hem. ,,Ik ga elke dag met plezier naar mijn werk en zit vol energie. Excelsior heeft me veel gebracht. Ik ben begonnen als betaald voetballer, werd na een doorstart voor het eerst kampioen en heb me daarna kunnen ontwikkelen als trainer. Gelukkig heb ik iets terug kunnen geven met twee promoties. Het zou mooi zijn als dat nog een keer zou lukken in de komende jaren. Ik heb voor twee en half jaar getekend en ben nu van plan gewoon te blijven. Ik heb nog steeds ambities, maar dan vooral met Excelsior. Na een week appte ik naar mijn vrouw dat ik hier wil blijven. Ik zou alleen nog bij FC Utrecht kunnen werken, verder ga ik nergens meer heen, haha. Dat vond zij ook prettig om te horen.’’

Dit artikel verscheen eerder in het Excelsior Rotterdam Magazine, mei 2020

Terug naar overzicht